
De kenniseconomie, innovatie en ondernemerschap: dat is de toekomst van de Nederlandse economie. In Delft hebben we de unieke mogelijkheid te laten zien wat een kenniseconomie precies is. Dankzij de aanwezigheid van de beste technische universiteit van Nederland, twee hbo’s, grote onderzoeksinstellingen als TNO en Deltares en een groot aantal technische en innovatieve bedrijven, kan Delft écht Center of Technology worden. Voor STIP is daarom kennis de basis van de Delftse economie.
Eén: investeer in startende innovatieve ondernemers, de basis van Delft Center of Technology
STIP is in 2005 samen met de TU Delft initiatiefnemer geweest van YES!Delft, een incubator waar technologische startende ondernemers hulp krijgen bij het opzetten van hun bedrijf. Vijf jaar later zijn er ruim 60 succesvolle bedrijven gestart, die bij elkaar zo’n 1000 arbeidsplaatsen in en om Delft gecreëerd hebben. Een groot succes dat laat zien dat investeren in startende ondernemers een groot effect heeft op de lokale economie. STIP is daarom voor het investeren in innovatieve starters en pleit ervoor om deze investeringen uit te breiden. Hoe wil STIP investeren in de Delftse kenniseconomie?
- De gemeente blijft investeren in het succesvolle YES!Delft. YES!Delft wordt daarom een speerpunt in de Delftse economische strategie.
- Een creatieve incubator voor innovatieve ontwerpers, architecten en consultants naar voorbeeld van YES!Delft. Delft heeft ook op die terreinen veel creatief potentieel, maar starters wijken nu nog uit naar Rotterdam en Den Haag.
- Een investeringsfonds (revolving fund) voor innovatieve startende bedrijven, waarbij de gemeente zorgt voor startkapitaal.
- De gemeente moet vaker optreden als eerste klant (launching customer). Dit is goed voor de startende bedrijven, maar ook voor de gemeente: deze krijgt namelijk een beter en goedkoper product.
- De gemeente moet actief ervoor zorgen dat tijdelijk leegstaande panden als bedrijfsverzamelgebouw aan kleine bedrijven kunnen worden verhuurd.
- STIP wil meer ruimte in Delft voor het ‘Bacinol-concept’: leegstaande panden worden verhuurd aan creatieve ondernemers. Creatieve bedrijven hebben namelijk goedkope bedrijfsruimte nodig en vinden het vaak niet erg om in een oud pand te zitten. Bovendien kunnen verschillende ondernemers in hetzelfde gebouw elkaar versterken.
- Groeiende technologische en creatieve bedrijven moeten in Delft kunnen blijven, en bijvoorbeeld naar Technopolis verhuizen. Starters worden groter, en vertrekken uit YES!Delft of het bedrijfsverzamelgebouw. We merken nu nog te vaak dat de bedrijven dan uit Delft weggaan.
- STIP is voorstander van ‘kennisambassadeurs’: ondernemers die veel reizen in binnen- en buitenland krijgen dit predikaat, en laten zien hoe succesvol Delftse innovatieve bedrijven zijn. Want om heel Delft enthousiast te maken voor het ondernemerschap, zijn rolmodellen belangrijk.
Twee: Technopolis het innovatieve science park van Delft
Technopolis, het gebied ten zuiden van de TU-campus, moet een bedrijventerrein worden voor innovatieve en technologische bedrijven, klein en groot. STIP is voorstander van de samenwerking met Rotterdam in Science Port Holland: zo wordt er langs de A13, van de TU Delft tot aan Rotterdam Airport, een innovatief science park van 160 hectare gemaakt. YES!Delft en Exact zijn de eerste bedrijven die in 2010 naar Technopolis verhuizen. STIP pleit ervoor om te blijven investeren in het middelpunt van Delft Center of Technology:
- Op Technopolis realiseren de gemeente en de TU een shared facilities centre, met voorzieningen voor de bedrijven op Technopolis én als architectonische trekker van het gebied.
- Technopolis zet in op de gebieden waar Delft sterk in is. Water- & deltatechnologie is daarvan een goed voorbeeld.
- Samen met Rotterdam zet Delft haar eigen acquisitieorganisaties en de WFIA actief in om innovatieve (buitenlandse) bedrijven naar Technopolis te trekken.
- Het hoogbouwmaximum wordt op Technopolis geschrapt. Bedrijven krijgen daardoor de ruimte om innovatief, experimenteel en hoog te bouwen op Technopolis.
- De gemeente stelt een masterplan op voor het Technologisch Innovatief Complex Delft (TICD), waarin de ontwikkeling van Technopolis, Science Port Holland, Schie-oevers, het DSM-terrein en de TU-campus beschreven wordt.
- De gemeente onderzoekt in hoeverre DSM een industriële biotechcampus kan realiseren. DSM stelt hiervoor zijn terrein open voor startende biotech-bedrijven om ‘open innovatie’ te stimuleren.
Drie: Delft Center of Technology zorgt ook voor een sterke lokale economie
Met de focus op innovatieve bedrijven en hoogwaardige kennisinstellingen, vergeet STIP de bakker op de hoek en de buurtsuper zeker niet. Want ook de meest kennisintensieve bedrijven hebben een accountant nodig, of een secretaresse, of een cateraar. Daarnaast blijkt uit talloze onderzoeken dat leefkwaliteit erg belangrijk is voor het vestigingsklimaat van bedrijven. Die kwaliteit wordt mede bepaald door de aanwezigheid van middenstanders en kleine winkels. STIP vindt het daarom belangrijk dat de gemeente zorgt dat niets een sterke lokale economie in de weg staat:
- Alle winkels in Delft die dat willen, mogen ‘s zondags open.
- Als ondernemers samen goede plannen maken voor hun buurtwinkelcentrum, kunnen ze daarin hulp krijgen van de gemeente.
- De gemeente kijkt kritisch naar haar regels en verordeningen, en schrapt regels die overbodig zijn.
- Voor ondernemers is het belangrijk dat duidelijk is welke belastingen zij moeten betalen, en vooral ook waarom. De gemeente moet ervoor zorgen dat altijd helder is wat het doel is van de belastingen, hoe hoog deze belastingen zijn en waar dit geld aan uitgegeven wordt.
- STIP wil dat de gemeente onderzoekt of de toeristenbelasting afgeschaft kan worden vervangen door een ondernemersfonds.
- Het midden- en kleinbedrijf wordt gestimuleerd om meer Delftse innovaties en kennis te gebruiken.