Info

uk flag

Programma 2006

1 Voorwoord
2 Inleiding
3 Visie
4 Gerealiseerde Punten
5 Kernpunten Verkiezingsprogramma 2006-2010
6 Programma

6.1 Cultuur en Economie

6.1.1 Delft Kennisstad

6.1.2 Lokale economie

6.1.3 TU Delft en HBO Delft

6.1.4 Cultuur voor 6-106 jaar

6.1.5 Uit in Delft

6.2 Ruimtelijke Ordening

6.2.1 Bouwen en Openbare ruimte

6.2.2 Wonen

6.2.3 Mobiliteit

6.2.4 Duurzaamheid en milieu

6.3 Politiek, bestuur en dienstverlening

6.3.1 Gemeentelijke dienstverlening

6.3.2 Bestuur en organisatie

6.3.3 Belasting, leges en woonlasten

6.4 Zorg voor mensen

6.4.1 Onderwijs

6.4.2 Zorg

6.4.3 WMO

6.4.4 Werk en inkomen

6.4.5 Sport

6.4.6 Veiligheid

7 Wat te doen met 20 miljoen?

 

1 Voorwoord
Op 7 maart 2006 vinden in Delft de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Voor u ligt het verkiezingsprogramma van STIP, Studenten Techniek In Politiek. STIP zat de afgelopen vier jaar voor de tweede achtereenvolgende raadsperiode in het college van burgemeester en wethouders van Delft. Dit was een uitstekende manier voor onze partij om Delft mee te besturen en veel voor ons belangrijke punten te realiseren.


Onze wethouder en onze fractie hebben zich de afgelopen jaren met veel plezier ingezet voor de stad Delft en daarbij veel (en goed) samengewerkt met de andere Delftse politieke partijen, zowel in het college (PvdA, VVD, Groen Links, D66) als daarbuiten (CDA, Leefbaar Delft, Stadsbelangen, SP, Kroon en CU/SGP).


STIP heeft de afgelopen jaren veel gerealiseerd in Delft, onder andere meer geld voor cultuur en evenementen, meer studenten- en jongerenhuisvesting, de legale graffiti spuitmuren in de Irenetunnel en per 2007 een tram over de Mekelweg.


Maar er moet de komende jaren ook nog het nodige gebeuren en STIP wil zich daar sterk voor maken met dit verkiezingsprogramma dat u nu leest.


Dit programma is gemaakt met hulp van een programmacommissie bestaande uit een aantal Delftse studenten. Ook hebben we ideeën opgedaan in gesprekken met Delftse jongeren, ondernemers en andere Delftenaren. Verder hebben talloze Delftse organisaties, in gesprekken of schriftelijk, richting gegeven aan dit programma. Wij danken iedereen voor hun inbreng.


Tot slot hebben we er literatuur op nageslagen en gekeken hoe steden die vergelijkbaar zijn met Delft zaken vandaag de dag aanpakken.


Het denken bij STIP staat natuurlijk niet stil nu dit programma af is. U kunt altijd opmerkingen aan ons kwijt via onze website www.STIPDelft.nl. Hier leest u ook informatie over actuele zaken.


We hopen dat u dit verkiezingsprogramma met plezier leest en dat het u helpt bij het maken van een weloverwogen keuze bij de komende raadsverkiezingen. En dat die keuze op STIP mag vallen. Ga in ieder geval stemmen op 7 maart: Laat uw stem niet verloren gaan!

Delft, januari 2006  

 

2 Inleiding
Studenten Techniek In Politiek, kortweg STIP, is een gemeenteraadspartij in Delft die, zoals de naam al zegt, bestaat uit studenten. We hebben relaties met de Delftse jongeren en studenten, maar STIP is geen belangenpartij. STIP is een partij door studenten, voor de stad Delft en al haar inwoners; STIP is vooral ook ’een jonge kijk op een oude stad’.

 

In de twaalf jaar die STIP nu bestaat hebben we altijd constructief meegepraat en beslist over alle zaken die in Delft spelen. Van ouderenzorg tot de stadsstrategie ’Delft Kennisstad’. Niet een politieke kleur of een grondslag, maar onze jonge visie is steeds leidraad voor onze standpunten en aanpak/benadering in de vergaderingen. STIP is niet gebonden aan traditionele denkbeelden en stokpaardjes vanuit oude beginselen, maar kiest voor een pragmatische en constructieve inbreng bij deze onderwerpen.


STIP is in 1993 opgericht, uit onvrede met de toen bestaande politiek die te weinig rekening hield met de Delftse studenten en jongeren. STIP heeft zich inmiddels bewezen als een serieuze speler in de Delftse politiek. Onze partij zat de afgelopen twee periodes (1998-2002 en 2002-2006) in het college van Burgemeester en Wethouders. STIP heeft een visie op alle onderwerpen die in de gemeenteraad aan bod komen. De belangrijkste leest u in dit programma.
 
De fractie
De STIP-fractie bestond in de periode 2002-2006, in wisselende samenstelling, uit zeven mensen. In deze fractie zaten drie gemeenteraadsleden, een wethouder en drie commissieleden. Daarnaast opereerde een partijbestuur variërend in grootte. Voor een relatief kleine partij is dit een grote groep actieve mensen; dit biedt het voordeel van meer invalshoeken en een gedegen oordeelsvorming.


De raadsleden van STIP wisselen elke twee jaar. Dat is ongebruikelijk bij andere partijen. Bij ons gebeurt dit om het combineren van het politieke werk met de studie mogelijk te maken. Toch moeten we ook consistent zijn in ons beleid. We besteden dus extra aandacht aan kennisoverdracht bij de wisselingen. Daarom doen STIP-raadsleden, voordat ze de raad ingaan, ervaring op in verschillende raadscommissies. STIP-raadsleden werken in hun raadsperiode, in tegenstelling tot andere raadsleden, fulltime. Zo kunnen zij naast het dagelijkse politieke werk meer tijd besteden aan het contact met de achterban en met ontwikkelingen die in Delft spelen. Oud-raadsleden van STIP blijven na hun raadswerk nauw bij de fractie betrokken om hun kennis over te dragen aan de nieuwe fractie.
STIP binnen en buiten de Delftse politiek.


Naast veel praktische zaken spelen in de lokale politiek ook principiële zaken. Zo heeft STIP een einde gemaakt aan de oneerlijke inkomenspolitiek tegenover studenten. Te vaak bevatte een Delftse gemeenteverordening nog de clausule ‘uitgezonderd studenten’. Ook met parkeervergunningen bleken studentenhuizen benadeeld te worden. De regeling is aangepast, zodat deze ongelijkheid richting studenten is vervallen.


STIP zet zich ook in voor overleg tussen jongeren(organisaties), studenten(organisaties) en de gemeente Delft. STIP wil jongeren en studenten adviseren en informeren en thema’s uit de politiek aankaarten bij organisaties in de stad. Wij hebben met alle studentenverenigingen in Delft goede contacten. Daardoor weten zij ons te vinden met problemen of voor advies.


De afgelopen jaren heeft STIP zich naast het ‘gewone’ raadswerk ook beziggehouden met andere zaken. We hebben:
‘gemeenteraadsvergaderingen’ georganiseerd voor Delftse jongeren

  • samen met de ABO (bewonersorganisatie van de DuWo) landelijk gepleit voor een eerlijke invoering van de campuscontracten
  • samengewerkt met ORAS, AAG, Virgiel, het DSC, Sint Jansbrug en de VeRa (Verenigingen Raad) om de OWee (openingsweek studiejaar) en de KMT niet door het College van Bestuur van de TU te laten verplaatsen
  • samen met de LSVB en de VSSD (beiden studentenvakbonden) gezorgd dat in alle Nederlandse studentensteden bij de gemeenteraadsfracties actief is gelobbyd voor studentenbelangen. Zo zijn niet alleen in Delft, maar ook in andere studentensteden, belangrijke punten voor een succesvolle studentenstad duidelijk bij de politiek onder de aandacht gebracht

 

Leeswijzer
Er zijn de afgelopen vier jaar veel dingen bereikt in Delft, maar er valt nog veel te verbeteren. Het verkiezingsprogramma 2006-2010 bevat de uitgangspunten die STIP de komende jaren zal hanteren voor het besturen van de stad. Voor een kort overzicht kunt u de kernpunten lezen in hoofdstuk vijf.

Wie meer wil weten over de ideeën en plannen van STIP kan de specifieke hoofdstukken van het programma lezen. Deze zijn: ’Cultuur en economie’, ’Ruimtelijke ordening’, ’Politiek, bestuur en dienstverlening’ en ‘Zorg voor mensen’. Aan het einde staat de kandidatenlijst van STIP; daar leest u meer over onze kandidaten en hun persoonlijke invalshoek en motivatie om op de kieslijst van STIP te staan.


3 Visie
STIP is een groep politiek geïnteresseerde studenten van de TU Delft (en soms ook van de universiteit van Leiden of Rotterdam) die zich buiten hun studie om inzetten voor Delft en al haar inwoners. Met een opbouwende en constructieve mening en de kennis van een student levert STIP een jonge & creatieve kijk op deze stad.

STIP is ambitieus voor zichzelf en voor Delft. In Delft kan nog veel verbeterd worden en daar willen wij aan blijven bijdragen. Op het gebied van duurzaamheid, de kenniseconomie, cultuur, jongeren en studenten heeft STIP in Delft van alle partijen vaak de meest progressieve en innovatieve ideeën.

We zijn tolerant en dat verwachten wij ook van de gemeente Delft. Delft is een stad waar alle nationaliteiten welkom zijn. De TU Delft en het Unesco-IHE zorgen met hun buitenlandse studenten voor een internationaal karakter. Ook deze mensen moeten zich hier thuis voelen.

Sociaal zijn we ook, maar we zetten vooral in op het ontwikkelen van talenten. Dus kiezen we voor reïntegratietrajecten en scholing voor uitkeringsgerechtigden. Voor die mensen die echt niet mee kunnen komen in de samenleving willen wij een goed en sociaal vangnet.

 

Hoe zouden wij Delft willen zien:
We zien Delft als een leuke stad waar voor iedereen genoeg te beleven is. Het is een kennisstad; creatief en cultureel. Een stad met durf en uitstraling, met een tolerante houding, een stad waarin men respect heeft voor elkaar.

 

Hoe zouden wij het Delftse bestuur willen zien:

Het Delftse bestuur is integer en capabel. Het neemt verantwoordelijkheid om de talenten van de inwoners van Delft te ontwikkelen. Het gebruikt deze talenten ook en ondersteunt ideeën en projecten die uit de stad opborrelen. Het bestuur is dus vaak een regisseur. De bestuurders hebben goede banden met de stad. Het bestuur van Delft moet buiten de stadsgrenzen van Delft durven kijken, minimaal naar regionaal en landelijk niveau, maar daar waar nodig is ook naar Europa en verder. Samenwerken en van elkaar leren is hierbij het uitgangspunt. Het Delftse bestuur moet kiezen voor kwaliteit. Kwaliteit mag dan ook wat kosten. Dit betekent ook dat we kiezen voor het maatschappelijk rendement van projecten: de Delftse burgers moeten er iets aan hebben. Dus geen ‘Delft voor de helft’, maar een ambitieus Delft dat niet alleen durft maar ook doet!

 

4 Gerealiseerde Punten
STIP heeft de afgelopen jaren veel bereikt. Het is ondoenlijk alles in dit verkiezingsprogramma op te noemen, maar de belangrijkste gerealiseerde zaken staan hieronder:

  • Tramlijn 19 over de Mekelweg naar de TU tot in Technopolis; de bouw is al begonnen
  • Realisatie van 1400 studentenwoningen vanaf 2006
  • De oprichting van YES!Delft (Jong ondernemersschap aan de TU Delft)
  • Een nieuwe discotheek en een bioscoop op het Vesteplein
  • De discussie over hoogwaardige architectuur is op de politieke agenda gezet
  • Het aantrekken van een expert zodat Delft meer Europese subsidies krijgt
  • Subsidie om van Lorre een cultureel podium te maken
  • Meer geld voor Delft Kennisstad, cultuur en evenementen in tijden van bezuiniging
  • Ontwikkeling Technopolis (Research & Development bedrijventerrein)
  • Legale poster aanplakplaatsen in Delft
  • Tegemoetkoming Woonlasten voor Kamerbewoners (kwijtschelding gemeentelijke belastingen)
  • Meer dan tweeduizend extra fietsenrekken op het Stationsplein en in de binnenstad
  • Opening van kennissociëteit het Meisjeshuis
  • Bacinol (bedrijfsverzamelgebouw voor design en architectuur) is opgericht
  • Lijm & Cultuur (ruimte voor amateurkunst en creativiteit) is opgericht en het evenemententerrein aangekocht
  • Uitbreiding van het glasvezelnetwerk in Delft
  • Wijk internet servicepunten
  • Meer gemeentelijke diensten worden digitaal aangeboden
  • De Markt is autovrij gemaakt en opgeknapt
  • Meerdere parkeervergunningen per studentenhuis zijn mogelijk voor het gunstige eerste tarief
  • Het Lokaal Verkeer- en Vervoerplan is vastgesteld
  • Legale graffiti spuitplekken zijn gerealiseerd, onder andere in de Irenetunnel
  • Skate Jam
  • Jaarlijkse ‘gemeenteraadsvergadering’ voor jongeren georganiseerd
  • Behoud van verschillende niveaus in volwasseneneducatie
  • 100 Delftsblauwe (zonnecellen) daken en 100 groene daken
  • Motie over huursubsidie voor onzelfstandige wooneenheden is door de gemeenteraden van verschillende studentensteden naar de Tweede Kamer en minister gestuurd
  • En natuurlijk hebben we samen met alle anderen in Delft de spoortunnel mogelijk gemaakt!

 

5 Kernpunten Verkiezingsprogramma 2006-2010
Dit hoofdstuk is een samenvatting in kernpunten van het verkiezingsprogramma 2006-2010 van STIP. In de latere hoofdstukken staat een uitgebreidere beschrijving van alle onderwerpen.

 

Economie en Delft Kennisstad

  • Delft als kennisstad versterken
  • Technopolis en Kennisboulevard A13 verder ontwikkelen
  • De gemeente Delft treedt op als ‘launching customer’ (eerste klant) voor nieuwe Delftse bedrijven
  • Meer incubators en bedrijfsverzamelgebouwen
  • Bacinol 2 (bedrijfsverzamelgebouw voor design en architectuur) realiseren
  • Glasvezel verder aanleggen en beschikbaar maken voor particulieren
  • Kennisnetwerken in de stad en regio stimuleren, waarbij de nieuwe kennissociëteit het Meisjeshuis een belangrijke rol vervult
  • Jaarlijks brede creatieve (brainstorm) debatten over Delft houden die voor iedereen toegankelijk zijn

 

 

Samenwerking gemeente, TU Delft en HBO Delft

  • Meer gebruik maken van de kennis van de onderwijs- en onderzoeksinstellingen in Delft
  • Oprichten van een stage/ontwerploket bij de gemeente om studenten en de TU meer te betrekken bij ontwerpvraagstukken in de stad
  • Samenwerking met de TU Delft op startersgebied
  • Pilotprojecten in Delft met nieuwe technieken en technologie

 

Cultuur

  • Meer ruimte voor cultuur in Delft door één miljoen euro extra te investeren
  • Betere samenwerking tussen de cultuurinstellingen
  • Meer plekken aanwijzen voor legale graffiti
  • Een DOK (fusie van bibliotheek, kunstuitleen en ‘Discotake’) dat de 21ste eeuw waardig is
  • Kunst in de openbare ruimte stimuleren

Uit in Delft

  • Meer uitgaansgelegenheden in Delft. Ruimte voor een meer divers en breder aanbod van horeca in Delft
  • Grote discotheek in het gebied Schie-oevers realiseren
  • Minimaal de huidige vijf coffeeshops in Delft behouden
  • Meer festivals en evenementen in Delft
  • Een spannende programmering op het nieuwe evenemententerrein
  • Verhoging aantal vergunningen live optredens voor horeca en kleine sociëteiten (van 8 naar 12 per jaar)

 

Wonen

  • Meer starterswoningen bouwen
  • DuWo houden aan de afspraak om 1400 studenteneenheden bij te bouwen volgens de planning. Vraag en aanbod studentenwoningen blijven volgen en bijbouwen als er weer een tekort optreedt
  • Particulieren stimuleren kamers te verhuren
  • Levensloopbestendige woningen bouwen voor ouderen
  • Het tijdelijke tekort aan studentenhuizen opvangen met hoogwaardige tijdelijke huisvesting

 

Jongeren

  • Ruimere openingstijden voor jongerencentra en meer eigen verantwoordelijkheid en budget voor jongeren om hier zelf activiteiten te organiseren
  • Jeugdwerkloosheid krachtig en effectief bestrijden
  • Een nieuwe ruimte voor kunst en creativiteit voor en door jongeren realiseren

 

Zorg en welzijn

  • Voor alle studenten een huisarts en tandarts in Delft
  • Openingstijden van de dag- en nachtopvang voor dak- en thuislozen op elkaar afstemmen
  • Activiteiten voor en vrijwilligerswerk door ouderen stimuleren
  • De kansen benutten van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning

 

Werk en inkomen

  • Armoede aanpakken door werk te bieden
  • Investeren in reïntegratietrajecten en Combiwerk
  • Een goed sociaal vangnet in stand houden voor diegenen die niet mee kunnen komen in onze samenleving

 

Onderwijs

  • Brede schoolconcept (school, opvang, vrije tijd) uitbreiden op basis- en middelbare scholen
  • Innovatief onderwijs op maat bieden en talenten ontwikkelen
  • Meer investeren in volwasseneneducatie en taalonderwijs, met behoud van verschillende niveaus (niet iedereen leert even snel Nederlands)

 

Sport

  • Roeien op de Schie mogelijk en veilig houden
  • Sport moet voor iedereen toegankelijk en betaalbaar zijn in Delft
  • Dalurentarieven bij sportaccommodaties in stand houden

 

Gemeentelijke dienstverlening

  • Eén centraal telefoonnummer en e-mailadres voor de gemeente
  • Communicatie bij/over grote projecten verbeteren door overzichtelijke en actuele informatie aan te bieden via de gemeentelijke website.
  • Uitbreiding van diensten via internet en verbetering van de gemeentelijke website

 

Bestuur en organisatie

  • De toeristenbelasting afschaffen
  • Stimuleren van meer regionaal denken in Haaglanden, Zuidvleugel (van de Randstad) en in Europees verband
  • Goede praktijkvoorbeelden uit andere steden benutten voor beter Delfts beleid
  • Meer aandacht voor vereenvoudiging van regels en werkprocessen, automatisering en innovatie

 

Fietsen

  • Geen fietsen verwijderen in de binnenstad (m.u.v. gevaarlijke situaties), maar extra fietsenrekken bijplaatsen
  • Fietsen in de binnenstad moet overal toegestaan blijven
  • Tweerichtingsverkeer mogelijk maken voor fietsen op de grachten in de binnenstad, ook buiten het autoluwe gedeelte.

 

Autoverkeer

  • Bereikbaarheid garanderen door betere afstemming bouwprojecten en wegonderhoud
  • Parkeren waar nodig reguleren met vergunningen en bij invoering zorgen dat er logisch begrensde gebieden ontstaan

 

Openbaar vervoer

  • Verbinding tussen Delft en Rotterdam Airport verbeteren
  • Delft goed aansluiten op het Stedenbaan project (lightrail)

 

Grote projecten en openbare ruimte

  • Investeren in architectuur
  • De waterberging in Delft serieus nemen (om wateroverlast tegen te gaan) en hier ruimte voor vrij maken. Inzetten op innovatieve oplossingen zoals waterwoningen. De problematiek van grondwateronttrekking van DSM-Gist oplossen
  • Hoge ambities in de spoorzone (op het gebied van architectuur, het nieuwe stadspark, uitstraling en sfeer) waarmaken door zoveel mogelijk vast te houden aan het oorspronkelijke stedenbouwkundig ontwerp
  • Indien het DSM-Gist-terrein vrij komt hier een ‘creatieve wijk’ realiseren
  • Onderzoek naar de haalbaarheid van het ondertunnelen van de provinciale weg (Delft-West)

 

Duurzaamheid en milieu

  • Vasthouden aan hoge EPL (energie prestatie op locatie) normen
  • Een kwalitatief goed stadspark realiseren in de spoorzone
  • Een investeringsproject voor maatschappelijk rendabele investeringen in energiebezuinigende maatregelen starten
  • Restwarmte van industrie gebruiken voor duurzame verwarming van huizen en bedrijven
  • Muskusratten bestrijden bij aanleg natuurvriendelijke oevers
  • Een schoon gemeentelijk wagenpark en hybride bussen in Delft

 

6 Programma
Dit is de inleiding op de diverse programma’s uit ons verkiezingsprogramma. Hier staan de bestuurlijke uitgangspunten die leidend zijn in de afzonderlijke programma’s.
Leest u mee?


Delft moet een stad blijven die hoogwaardige voorzieningen levert aan haar inwoners. Een stad die leeft, bruist en bereikbaar is.


Een stad die we besturen zonder dogma’s en zonder vooroordelen, maar wel op basis van een aantal uitgangspunten.

Een plezierige en welvarende stad met een hoog serviceniveau. Dat mag wat kosten; wij kiezen voor kwaliteit.

STIP wil verder kijken dan onze neus lang is. Belangrijke ontwikkelingen voor de toekomst van Delft vinden buiten onze gemeentegrenzen plaats. Delft moet daarom naar buiten durven kijken en het voortouw nemen om regionaal besluitvormingstrajecten voor elkaar te krijgen op een manier die goed is voor Delft.


STIP wil met optimisme naar de toekomst kijken. Delft is de afgelopen jaren in het algemeen goed bestuurd. Er zijn heldere keuzes gemaakt en bestuurlijke doorbraken gecreëerd, bijvoorbeeld met het verbeteren van de binnenstad en het realiseren van de Spoortunnel, de oprichting van Bacinol en de incubator YES!Delft (de eerste keer dat de TU Delft en gemeente zo nauw samenwerken). Delft heeft troeven in handen: een hoogopgeleide, creatieve en actieve bevolking, een breed scala aan voorzieningen en een degelijke financiële basis. Delft heeft ook een sterke sociale basis en een sterk sociaal vangnet. Delft is veilig. Delft scoort hoog als duurzame gemeente. Kortom, de basis die de afgelopen jaren is gelegd is goed. Hier willen wij op verder bouwen.


Daarom gaan we meer verbindingen leggen: professionals in contact brengen met vrijwilligers, organisaties met andere organisaties, studenten met burgers, de universiteit met de stad.


We zullen nieuwe initiatieven moeten durven nemen. Soms gaat dat fout, maar wie nooit iets probeert komt ook niet verder. Wij ondersteunen waar dat maar even kan opgeborrelde initiatieven van inwoners, organisaties, instellingen en bedrijven uit Delft zelf. Zo gaan we de denkkracht van de ruim 95.000 Delftenaren gebruiken!


6.1 Cultuur en Economie
Delft is een ambitieuze stad, nu en ook in voorbije tijden. In de 14e eeuw al besloot Delft de concurrentie aan te gaan met de havensteden Rotterdam en Schiedam door de Schie uit te graven en Delfshaven aan te leggen. Een gewaagd plan, waarvan men toen nog niet kon bedenken hoe het precies zou uitpakken. Nu weten we dat het Delft tot een van de welvarendste steden in de Gouden Eeuw heeft gemaakt.


Vandaag de dag liggen de nieuwe kansen voor Delft in de kenniseconomie. Delft is namelijk, mede gezien haar rijke historie, een aantrekkelijke stad om in te wonen en te werken. Volgens de econoom Richard Florida is een hoogwaardig woonklimaat van groot belang om hoogopgeleide creatievelingen, die de stad zo welvarend maken, aan stad te binden. In combinatie met de aanwezigheid van de TU Delft en andere belangrijke kennispartners maakt dit Delft tot een ijzersterk product.


STIP wil de komende jaren fors inzetten op een aantrekkelijke stad vol cultuur en met een sterke kenniseconomie. De stadsstrategie Delft Kennisstad is daarbij leidend. In de komende vier jaar gaan we deze economische en culturele strategie dan ook versterken, met extra geld voor cultuur en forse investeringen in Delft Kennisstad.


6.1.1 Delft Kennisstad
STIP wil vasthouden aan een economische stadsstrategie die zich richt op een sterke kenniseconomie en een hoogwaardig leefklimaat. De naam ‘Delft Kennisstad’ is na 14 jaar gebruik aan vervanging toe, omdat de term verwaterd is geraakt. STIP heeft hier ook al ideeën over aangedragen (Delft Center of Technology). Dit verkiezingsprogramma gebruikt voor onze stadsstrategie voor de duidelijkheid naar de lezers toe nog wel de term ‘Delft Kennisstad’, omdat er nog discussie is over de nieuwe term.


Delft Kennisstad (DKS) blijft de stadsstrategie van Delft en wordt versterkt. Dat gaan we doen door meer te investeren en gericht zaken aan te pakken. Daarbij zullen we de nadruk leggen op onze ‘unique selling points’ zoals bijvoorbeeld ICT, water, scheepsvaart en ‘aerospace’.


Voldoende huisvesting, parkeervoorzieningen en kinderopvang zijn essentieel en even belangrijk als het kenniseconomische gedeelte voor het slagen van de overkoepelende stadsstrategie. In volgende hoofdstukken is hier meer over te lezen.


Alle inwoners van Delft kunnen van Delft Kennisstad profiteren. Kennisintensieve banen leveren ook banen op voor lager opgeleiden . Van een creatief en cultureel klimaat profiteert natuurlijk elke Delftenaar.
Nieuwe initiatieven moeten niet alleen vanuit de gemeente komen, maar juist opborrelen vanuit de inwoners en instituten van onze stad. De gemeente moet initiatieven niet te veel van bovenaf proberen te bedenken en opleggen.
Het creatief en innovatief vermogen van de stad Delft is enorm. Voorbeelden zijn legio. Zo starten er jaarlijks vele nieuwe kennisgerelateerde bedrijven, maar ook de ‘creatieve debatten’ op Bacinol zijn een voorbeeld van initiatief en betrokkenheid. De gemeente moet een coördinerende rol spelen, dus veel samenwerken, en zorgen dat alle voorwaarden aanwezig zijn waarbinnen deze nieuwe initiatieven kunnen plaatsvinden.


Technopolis
Het bedrijventerrein Technopolis, ten zuiden van het TU-gebied, zal zich in de komende tijd moeten bewijzen. Dit vergt heel stevige inspanningen van de gemeente op het gebied van acquisitie. Afgelopen jaren is dit nog te weinig van de grond gekomen. Nu de economie weer aantrekt willen wij vasthouden aan de scherpe vestigingseisen. Dus alleen bedrijven die zich bezighouden met onderzoek en ontwikkeling op het gebied van technologie.


STIP wil water een speerpunt maken in de acquisitie op Technopolis. Wij zien graag een clustering van watergerelateerde Research & Development. Het Delta-instituut moet in Delft komen.


In samenwerking met de gemeente Rotterdam wil STIP de A13 Kennisboulevard verder vorm geven. Ook de aansluiting tussen vliegveld Rotterdam Airport (7 km vanaf Delft) en Delft moet worden verbeterd.


Bedrijfsverzamelgebouwen en ruimte voor starters
De gemeente Delft moet blijven investeren in huisvesting voor startende bedrijven. Delft heeft hier een jaloersmakend voordeel op andere steden die geen universiteit hebben. Jaarlijks starten vele studenten bedrijven. Het succes van Yes!Delft is daar een goed voorbeeld van. STIP wil deze bedrijven ook kunnen vasthouden wanneer ze doorgroeien. Hiervoor moeten bedrijfsverzamelplaatsen en Technopolis voldoende ruimte hebben.


Het creatieve bedrijfsverzamelgebouw Bacinol is een groot succes. Architecten, industrieel ontwerpers en andere kunstenaars ontmoeten en stimuleren elkaar. De reacties zijn unaniem positief. STIP wil daarom eerst een onderzoek naar de mogelijkheden voor het behoud van Bacinol bij de aanleg van de spoortunnel. Als blijkt dat Bacinol toch gesloopt moet worden zal er een nieuwe locatie moeten komen. Parallel hieraan kunnen vergelijkbare initiatieven op andere plekken in de stad starten.


Glasvezel
Breedband internet moet voor alle Delftenaren beschikbaar komen. De gemeente moet actiever zijn in de uitbreiding van het glasvezelnetwerk in de stad zodat ook kleine bedrijven, studentenverenigingen, particulieren en studentencomplexen zich aan kunnen sluiten.


De rol van de gemeente
De gemeenteraad van Delft zal actiever betrokken moeten raken bij het beleid van Delft Kennisstad. Ten eerste betekent dit dat raadsleden meer naar de bedrijven toe moeten gaan en dat Delft Kennisstad extra aandacht krijgt bij het inwerken van de nieuwe raad. Daarnaast zal elk jaar minimaal één keer een voortgangsrapportage van Delft Kennisstad centraal op de agenda moeten worden geplaatst en bediscussieerd. Dan kan de voortgang besproken worden en kan sneller worden ingespeeld op veranderingen en belangrijke ontwikkelingen. Minimaal een keer per twee jaar wordt deze discussie gevoerd aan de hand van een benchmark (prestatievergelijking) tussen Europese kennisregio’s zodat wij onze strategie kunnen versterken door te leren van andere. Minimaal eens per twee jaar worden de wensen van de kennisinstituten in Delft onderzocht.


De gemeente moet zorgen dat Delft Kennisstad zichtbaar en betrokken is onder de inwoners van Delft. Dit mag echter geen inhoudsloos doel op zich worden. De gemeente moet ook in concrete projecten investeren. Delft moet proefprojecten voor nieuwe en duurzame of schone technologie naar zich toe halen en die laten zien. Zichtbare en schone bussen op biodiesel of waterstof zouden een goed project zijn.


Samenwerken
De gemeente is slechts één speler tussen alle spelers die met elkaar het Delft Kennisstad beleid succesvol maken. Onze strategie slaagt alleen wanneer alle partijen intensief samenwerken.


De gemeente Delft moet hiervoor kennisnetwerken mogelijk maken in Delft. Het Meisjeshuis moet verder uitgroeien tot een echte kennissociëteit. Ook de creatieve debatten in Bacinol worden ondersteund en nieuwe initiatieven zijn welkom.


Met de belangrijkste Delftse kennispartners moet de gemeente de komende jaren een gezamenlijke investeringsagenda opstellen. Zo kan er naar buiten toe duidelijker met één mond worden gesproken. Op Europees niveau is Delft een kleine speler. Met Haaglanden en Rotterdam zal Delft gezamenlijk moeten optrekken. Een gezamenlijke visie in onze regio is essentieel voor de concurrentie met andere Europese regio’s.


6.1.2 Lokale economie
Een kenniseconomie alleen is niet voldoende. Ook een sterke lokale economie is erg belangrijk voor het welvaren van Delft en haar inwoners. Veel Delftenaren werken in de kennissector, maar ook in winkels, horeca, de toeristische sector en ander midden- en kleinbedrijf. Ook voor deze sectoren, alsmede hun klanten, moet Delft interessant blijven.

 

Binnenstad

De binnenstad blijft het kloppend hart van de lokale economie. De noordelijke binnenstad heeft zich de afgelopen jaren goed ontwikkeld. Toch blijft voor STIP de economische groei van de noordelijke binnenstad een punt van aandacht. In de komende periode moet in de noordelijke binnenstad vooral gekeken worden naar bereikbaarheid en inrichting van de openbare ruimte. Het Doelenplein moet verder uitgroeien tot een leuk plein met een zeer eigen karakter.


De binnenstad ontleent veel charme aan de vele kleine specialistische winkeltjes en ateliers. In combinatie met het horeca-aanbod maakt het de binnenstad van Delft ook voor veel mensen van buiten Delft een leuke plek om te winkelen. Deze bijzondere waarde wil STIP in Delft behouden en uitbreiden.


Bereikbaarheid
De bereikbaarheid van Delft is essentieel voor de lokale economie. STIP wil daarbij ook de belangen van een schone en veilige stad zwaar laten wegen. Accent ligt dan ook bij de bereikbaarheid van Delft met het openbaar vervoer en binnen Delft met de fiets. Het nieuwe Lokaal Verkeer- en Vervoerplan is hierin leidend.


Veel mensen kiezen toch voor de auto. Het verkeer op de hoofdwegen in en om Delft dient daarom ook goed door te kunnen stromen. Voor de bereikbaarheid van de noordelijke binnenstad komt een onderzoek naar de optie van een parkeergarage aan de noordkant van de binnenstad.


Toerisme
Delft trekt jaarlijks veel toeristen. Zij leveren de stad Delft inkomsten, banen en een goede naam op. STIP wil blijven werken aan het versterken van het toeristisch klimaat van de stad Delft.


Delft heeft een aantal unieke toeristische attracties. In de stadspromotie richt Delft zich ook terecht op de romantische stad met Delfts Blauw, Vermeer en Oranje. Hier willen wij techniek en architectuur aan toevoegen.


Veel toeristen kennen Delft vanwege Delfts Blauw. Dit visitekaartje moet en kan benut worden. STIP vindt dat onderzocht moet worden waar het aardewerkcentrum in Delft kan komen.


In Delft mogen meer hotels komen. Daarbij moeten er ook bedden komen in een lagere prijsklasse, bijvoorbeeld in een hostel.


STIP wil de toeristenbelasting afschaffen net als in Rotterdam (zie ‘Politiek, bestuur en dienstverlening’).


Economie en ruimtelijke ontwikkelingen
De nieuwe Spoorzone moet een buurt worden die goed aansluit op de wijken eromheen. Voor de levendigheid en het succes van deze buurt moet er behalve woningen ook ruimte komen voor bedrijvigheid, winkeltjes en horeca. De Spoorzone wordt de nieuwe entree voor Delft en moet dus kwaliteit uitstralen.


Bij station Delft Zuid gaan we kantoren ontwikkelen. Hier is ruimte voor hoogwaardige bedrijven die geen plek op Technopolis kunnen vinden, zoals bedrijven met consultants, accountants, juristen en facilitaire dienstverleners.


Spaarzame ruimte in Delft moet intensief gebruikt worden, bij voorkeur op knooppunten van openbaar vervoer.


6.1.3 TU Delft en HBO Delft
Met de komst van twee nieuwe HBO-instellingen en de aanwezigheid van de TU en Unesco-IHE is Delft een bijzondere technische opleidingsstad.


Voor het oplossen van stedelijke vraagstukken willen we dat de gemeente meer samenwerkt met de onderwijsinstellingen. Bijvoorbeeld door het sluiten van een convenant tussen de gemeente en de TU Delft om Delftse studenten de stad mee te laten ontwerpen. Studenten kunnen de ontwikkelingen in onze stad kritisch volgen en unieke en creatieve oplossingen leveren waar de gemeente naar luistert. Verschillende faculteiten kunnen dit ieder op hun eigen manier invullen.


De inrichting van de openbare ruimte kan een vraagstuk zijn waar ontwerpers en architecten een nieuwe kijk op kunnen loslaten. Een stage-loket bij de gemeente moet het vergemakkelijken om in Delft stage te kunnen lopen.
De gemeente kan de TU en startende bedrijven helpen door vaker mee te doen aan proefprojecten, of door op te treden als ‘launching customer’. De gemeente treedt dan op als de eerste klant, zodat een product zich kan bewijzen.
In Delft willen we er aan werken om nieuwe technieken ook te gelde te maken (kennisvalorisatie), zodat Delft een belangrijke bijdrage kan leveren aan de doelstelling de Nederlandse kenniseconomie sterker te maken.
Van een goede samenwerking profiteert zowel de gemeente als de universiteit!


6.1.4 Cultuur voor 6-106 jaar
Het culturele klimaat van de stad Delft is belangrijk om een echte kennisstad te kunnen zijn. Cultuur is de schakel om van Delft een welvarendere stad te maken. STIP wil de komende periode dan ook structureel één miljoen euro meer in cultuur investeren.


Er moet vooral meer ruimte komen voor creativiteit. Delft is een stad met een enorm creatief potentieel. Initiatieven moeten vanuit inwoners en instellingen komen en niet te vaak door de gemeente worden opgelegd. Hierbij mag van de overheid een flexibele en coöperatieve houding verwacht worden. Het versterken van het culturele klimaat in Delft kan niet zonder fors meer geld.


STIP wil het culturele netwerk versterken. Zo kan kennis binnen de sector over bijvoorbeeld subsidies beter overgedragen worden. STIP wil het Theater Netwerk zelf al haar eigen subsidies laten verdelen. Zo kunnen gelden gerichter worden ingezet, wordt de betrokkenheid van het netwerk vergroot en kan de gemeentelijke bureaucreatie verder beperkt blijven.


Het evenementen- en popmuziekbeleid moeten meer financiële armslag krijgen. Nog te vaak kunnen leuke nieuwe initiatieven in Delft geen subsidie krijgen omdat er te weinig geld is. Met een forse investering kunnen we niet alleen deze nieuwe initiatieven financieren, maar kunnen ook de grote evenementen, zoals de Mooi Weer Spelen, Westerpop en het Chamber Music Festival, blijven groeien. Deze evenementen trekken ook veel niet-Delftenaren en leveren lokale ondernemers geld op.


Het theater de Veste vervult een belangrijke rol in cultureel Delft. Momenteel heeft het theater geen kleine zaal. STIP wil deze zaal aan het theater toevoegen. Hiermee kunnen meer lokale initiatieven en kleine gezelschappen worden geprogrammeerd in de kleine zaal en kan de grote zaal worden benut voor de beter bekende shows. Zo kan het theater efficiënter draaien.


De nieuwe bibliotheek ontwikkelt zich tot DOK (fusie tussen bibliotheek, kunstuitleen en ‘Discotake’). STIP wil dat dit een gedurfd multimedia centrum wordt dat meegaat met de tijd en de technologische ontwikkelingen.


Onbekend maakt onbemind. Cultuureducatie voor jongeren is daarom ook erg belangrijk. De Brede School biedt hiervoor een ruim cursusaanbod. Dit aanbod hoeft echter niet helemaal gratis te zijn. Soms kan een klein bedrag mensen aanmoedigen. Wat gratis is wordt vaak ook minder gewaardeerd. Het moet echter wel betaalbaar blijven.
Ook andere initiatieven brengen jongeren in aanraking met cultuur. Accent ligt hier dan ook voornamelijk op participatie. Jongeren willen kunst maken en beoefenen! STIP denkt niet meer ouderwets in achterstandsdoelgroepen die extra aandacht nodig hebben, maar in ‘scenes’ die zich moeten kunnen ontplooien. De ‘Urban scene’ (Skate Jam) is hier een goed voorbeeld van.


Daarom moet er meer ruimte komen voor jongeren om kunst en creativiteit te beoefenen. De door de Jongerenraad Delft voorgestelde ‘culturele jongeren hotspot’ zou hiervan een goede invulling zijn. Ook een ‘creatieve antikraak-wacht’, waarbij jonge kunstenaars tijdelijk ruimtes betrekken, kan hieraan bijdragen.


STIP wil amateurkunst de ruimte geven. Momenteel ontwikkelen we hiervoor ruimte op Lijm & Cultuur aan de Rotterdamseweg. De komende jaren moet duidelijk worden hoe dit zich ontwikkelt. Ook het evenemententerrein naast Lijm & Cultuur is nog volop in ontwikkeling. Het zal in de komende jaren duidelijk worden hoe de programmering er precies uit gaat zien. STIP wil hier een waardevolle toevoeging realiseren aan het totale aanbod van festivals, evenementen en circussen in Delft. Door in het beleid kleine subsidiebedragen voor nieuwe initiatieven op te nemen krijgen ook jonge, nieuwe ideeën een kans. Zo krijgen we een divers, uitdagend en experimenteel aanbod van evenementen en festivals gedurende het hele jaar.


We moeten onderscheid maken tussen graffiti als kunstvorm en het bekladden van de openbare ruimte. Graffiti is niet alleen overlast maar ook een vorm van moderne, stedelijk kunst. De Irenetunnel is hier een geslaagd voorbeeld van. Op de omheining van bouwprojecten moet tijdens de bouw, net als bij de Zuidpoort, standaard een graffitiproject worden aangebracht. Ook moet er structureel meer ruimte komen voor legale graffiti.


We willen kunst in de openbare ruimte stimuleren. Hiervoor moet meer ruimte komen. We moeten echter voorkomen dat dit ’lelijke staalconstructies’ in de middenberm worden. Delftse kunstenaars kunnen dit invullen.


De Delftpas wordt weinig gebruikt door jongeren en studenten. Het concept moet voor deze doelgroep opnieuw tegen het licht gehouden worden en worden aangepast aan de wensen en behoeftes van deze groep.


Architectuur en de beleving van de stad is ook een belangrijke vorm van cultuur. Het klassieke karakter van het centrum van Delft moet behouden blijven, maar buiten het centrum wil STIP uitdagende architectuur van hoogwaardige kwaliteit zien. Hierover zal in de komende periode meer duidelijkheid komen, omdat STIP het debat in de gemeenteraad hierover gestart is. Hier moet een plan van aanpak uit voortkomen. Wij willen er voor zorgen dat dit resulteert in inspirerende en hoogwaardige architectuur in Delft.


6.1.5 Uit in Delft
Helaas blijkt keer op keer dat er voor veel jongeren en studenten nog steeds “te weinig” te doen is in Delft. Jongeren moeten vaak uitwijken naar Rotterdam of Den Haag. De afgelopen jaren is er gelukkig veel verbeterd; zo is er meer horeca naar Delft gekomen, is er geïnvesteerd in het evenementenbeleid, in jongerencentra, popmuziek, een aantrekkelijke Beestenmarkt, extra terrasboten. Dit jaar openen de discotheek en de megabioscoop hun deuren in de Zuidpoort. Ook werd geïnvesteerd in het cultuurpodium van Lorre, werd het evenemententerrein aangekocht en werd het pand van de Koornbeurs aan een eigen stichting overgedragen. Dit zijn allemaal zaken waar STIP zich voor heeft ingezet. De constatering dat er “te weinig” te doen is blijft helaas staan. Wij willen daarom de komende periode verder werken aan meer en leukere uitgaansvoorzieningen.


De binnenstad is de aangewezen plaats voor horeca en uitgaansaangelegenheden. Wat STIP betreft mag er best nog wel wat bij komen, het liefst veel gevarieerder. Er zijn al veel ‘grand cafés’ terwijl er nog te weinig lounges en dansplekken zijn. De vrije sluitingstijden van horeca in Delft moeten de komende jaren zo blijven. We zouden de desbetreffende vergunning graag in prijs verlaagd zien, omdat nu weinig ondernemers deze vergunning aanschaffen.
Delft heeft nog geen echte discotheek, terwijl daar onder jongeren wel behoefte aan is. In de ontwikkeling van het Schie-oevers gebied zien wij mogelijkheden voor het realiseren van een grote discotheek. De gemeente moet actief op zoek gaan naar een locatie en een exploitant.


STIP wil het popmuziekbeleid versterken. We willen dat er meer mogelijkheden komen voor live optredens. Nu mogen kroegen en kleine sociëteiten slechts acht keer per jaar een live band laten optreden. Wij willen dit verruimen naar twaalf keer per jaar. Geluidsoverlast in de dichtbewoonde oude binnenstad moet worden bestreden met een subsidieregeling voor geluidsisolerende maatregelen.


Het aanbod van activiteiten in Delft dient overzichtelijk en compleet gepresenteerd te blijven. Samenwerking met reeds bestaande ‘uitkranten’ rondom Delft kan hier uitkomst bieden. Ook moet het aanbod via internet beschikbaar zijn. Dit is niet alleen een taak van de gemeente. Culturele instellingen en de Delftse horeca zijn daar zelf ook verantwoordelijk voor. STIP gaat op zoek naar een commercieel initiatief om uitkomst te kunnen bieden.


Om bij uitgaansplekken te komen willen jongeren in Delft met een nachtbus naar het centrum kunnen gaan. STIP wil de haalbaarheid van zo’n nachtbus onderzoeken.


Ook jongerencentra kunnen een belangrijkere bijdragen leveren aan het activiteitenaanbod in Delft. Jongerencentra moeten ten eerste langer open blijven. Daarnaast wil STIP de jongeren in jongerencentra meer eigen verantwoordelijkheid geven. Zo zouden de jongerencentra eigen jongerenbesturen moeten krijgen met een eigen budget om ideeën zelf uit te kunnen werken. Ook zouden jongeren vaker zelf achter de bar kunnen staan en eigen activiteiten organiseren. Voor jongeren is zo’n ervaring ook zeer leerzaam.


STIP is tegen het verstervingsbeleid van coffeeshops. Wij willen het huidige aantal van vijf in stand houden. Het sluiten van coffeeshops zal de verkoop in het illegale circuit duwen en de veiligheid in Delft aantasten. Natuurlijk dienen de coffeeshops zich wel aan de strenge regels te houden en bij overtreding moeten sancties worden toegepast. Toch is voldoende aanbod en diversiteit van coffeeshops een must voor een moderne en tolerante stad als Delft.
 
6.2 Ruimtelijke Ordening
6.2.1 Bouwen en Openbare ruimte
De verschijning van de stad wordt bepaald door haar uiterlijk en inrichting. De inrichting van de stad heeft grote en directe invloed op iedereen die er woont of verblijft. Het is dus van groot belang dat we zorgvuldig omgaan met de stad.


STIP-raadsleden kunnen met de inhoudelijke kennis opgedaan aan de TU Delft en met contacten aan de TU Delft een belangrijke bijdrage leveren om goed om te gaan met de stenen van Delft.


Er loopt een aantal grote projecten in de stad en binnenkort gaat er een aantal nieuwe van start. Het meest in het oog springend is de spoorzone. Het is Delft eindelijk gelukt voldoende geld van het Rijk te krijgen om het spoor onder de grond te leggen. In het hart van Delft komt nu een groot gebied beschikbaar. Hier moet een prachtige wijk neergezet worden! Met name de binding met de binnenstad moet goed worden. Daarom zetten wij ons nu ook in om de gracht terug te krijgen aan de Phoenixstraat. Dit zal de Phoenixstraat weer tot een prachtige boulevard maken en weer een echt onderdeel laten zijn van de binnenstad.


Ook komt er in het spoorzone gebied een nieuw stadskantoor, waarin alle gemeentelijke diensten gevestigd worden. Hier is een unieke kans om een prachtig en architectonisch hoogwaardig gebouw neer te zetten.


STIP heeft dit jaar de aanzet gegeven voor een discussie in de stad over architectuur. Wij gaan er voor zorgen dat er aandacht en ruimte komt voor goede architectuur, zonder daarbij te vervallen in het oordelen over mooi en lelijk. Wij gaan kiezen voor architectonische kwaliteit en het op de kaart zetten van Delft!


Delft heeft slechts beperkte ruimte, dus moeten we beschikbare ruimte goed benutten. Er mag best hoger gebouwd worden. Natuurlijk niet in de binnenstad, maar zeker wel in Technopolis. Een markant gebouw kan het gebied een kwaliteitsimpuls geven. Verder denkt STIP dat bouwen bovenop bestaande gebouwen (luchtgebonden bouwen) een techniek is die ten onrechte vaak over het hoofd wordt gezien. Hiermee kunnen we in Delft nog veel doen. In de Poptahof bijvoorbeeld zouden op deze manier extra goede woningen kunnen worden toegevoegd. Ook wil STIP een onderzoek laten doen naar de haalbaarheid van het ondertunnelen van de provinciale weg. Daar zouden we veel waardevolle bouwruimte mee kunnen winnen.


Ten noorden van de binnenstad ligt het DSM-Gist terrein, een prachtig gelegen stuk Delft. Mogelijk komt dit terrein op termijn vrij. Als het zover is willen wij in dit gebied een creatieve wijk aanleggen. Hierbij komt ruimte voor innovatieve en creatieve bedrijven, kunst en woningen.


Betrokkenheid van omwonenden is belangrijk om tot goede ruimtelijke plannen te komen in de stad. Bij een aantal plannen gaat dit heel goed, maar nog niet bij allemaal. Wij willen deze participatie gaan verbeteren. Dit begint met een goede, heldere en eerlijke communicatie. Internet is hier een goed middel voor.


Lees verder in het hoofdstuk ‘Politiek, bestuur en dienstverlening’ hoe STIP dit wil verbeteren.


6.2.2 Wonen
Delft verandert van een oude industriestad in een moderne kennisstad. Hierbij moet de woningmarkt ook mee veranderen. De samenstelling van de bevolking en daarmee ook de vraag verschuift; mensen willen andere woningen dan vroeger.


De druk op de gehele Delftse woningmarkt is hoog, maar er is vooral vraag naar duurdere woningen. Veel mensen zitten in een goedkope woning, maar zoeken naar een grotere, duurdere woning. Daarom heeft de gemeenteraad besloten dat er moet worden gebouwd voor de doorstroom. Dit betekent dat er vooral duurdere woningen moeten worden bijgebouwd in Delft en slechts beperkt sociale woningbouw. Zo komt door doorstroming een gedeelte van de sociale woningbouw vrij, waar nu mensen wonen die graag willen, maar niet kunnen doorverhuizen naar duurdere woningen. Deze richting zet STIP door.


Delft is een echte studentenstad. De Delftse binnenstad is de ‘campus’ van Delft. Hier wonen de meeste studenten en dat willen we zo houden. Dankzij STIP zijn de afgelopen jaren veel huizen voor studenten en jongeren bijgebouwd en worden er de komende jaren nog 1400 studentenwoningen bijgebouwd (TU-Noord, 3e Balpol, Spoorzone)!


Toch zal er nog enkele jaren een tekort aan studentenwoningen zijn. Een deel van de verouderde woningen is gesloopt, maar de nieuwe woningen zijn nog niet af. Wij willen dit tekort in eerste instantie opvangen met tijdelijke woonruimte in herstructureringsgebieden. Tijdelijke woningen in containers wil STIP alleen realiseren wanneer er geen andere alternatieven zijn. We streven namelijk naar structurele en hoogwaardige studentenhuisvesting. Tijdelijke huisvesting kan dit nooit vervangen. Tegelijkertijd stimuleren we particulieren om kamers te verhuren door ze onder meer te wijzen op de voordelige belastingregels bij verhuur.


We zullen regelmatig blijven peilen wat de vraag is naar studentenwoningen en er voor zorgen dat er voldoende studentenhuizen in Delft zijn!


Starters op de arbeidsmarkt komen erg moeilijk aan een woning. Voor deze groep moet meer gebouwd worden. STIP wil hierbij ook op zoek gaan naar innovatieve oplossingen en originele ideeën. Dit stedelijk vraagstuk kunnen we daarom goed aanpakken samen met de faculteit bouwkunde en onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft.


Levensloop bestendig bouwen is een relatief nieuwe term in de woningmarkt. De bedoeling is dat in zulke woningen mensen in elke levensfase kunnen wonen. We gaan er voor zorgen dat huizen die nu gebouwd worden relatief makkelijk aan te passen zijn zodat ouderen en minder validen er in kunnen blijven wonen.


Kinderen moeten ruimte hebben om te spelen. Ruimte voor speelplekken moeten we in voldoende mate meenemen in plannen voor ruimtelijke ontwikkelingen.


6.2.3 Mobiliteit
Delft moet bereikbaar zijn voor alle soorten vervoer: auto’s, openbaar vervoer en fietsen. Hierbij moet de leefbaarheid van de stad wel bewaard blijven.


STIP wil mensen niet de auto uit pesten, maar vooral ook niet de auto in pesten.

Hoe meer mensen alternatief vervoer voor de auto gebruiken, hoe beter de bereikbaarheid van de stad is voor de automobilist en hoe beter de leefbaarheid voor haar inwoners. We blijven dus investeren in de fietser/fietsvoorzieningen en in het openbaar vervoer. Dat hebben we bijvoorbeeld met de vele extra fietsenrekken in de binnenstad en de aanleg van tramlijn 19 de afgelopen jaren ook al gedaan.


Fietsen
Delft is een van de meest fietsvriendelijke steden van Nederland. Dit moet zo blijven. Niet (alleen) omdat hoog op lijstjes staan leuk is, maar omdat de fiets een ideaal vervoersmiddel voor Delft is.


Dankzij STIP kun je in Delft overal fietsen, staan er in de Delftse binnenstad en bij het station veel meer fietsenrekken, zijn kruispunten en wegen veiliger geworden en zijn de fietspaden beter verlicht. Zo moeten we doorgaan!


Fietsen horen bij het Nederlandse straatbeeld en zeker bij Delft. Het onzinnige plan om fietsen uit de binnenstad te verwijderen als ze niet netjes in een fietsenrek staan moet dus ook zo snel mogelijk worden teruggedraaid. Dit is een zeer fietser onvriendelijke maatregel die fietsers alleen maar afschrikt en weinig bereikt. Fietsen mogen alleen worden verwijderd wanneer ze een direct gevaar vormen voor de verkeersveiligheid. STIP vindt het veel beter om op druk bezochte plekken meer fietsenrekken te plaatsen.


Fietsen in de autoluwe binnenstad moet overal mogelijk blijven. Daarbij moet het tweerichtingsverkeer op de grachten in het autoluwe gedeelte van de binnenstad worden uitgebreid, zodat overal in de binnenstad voor fietsers tweerichtingsverkeer langs de grachten mogelijk is.


Fietsroutes moeten logisch en zo direct mogelijk zijn. Er zijn een aantal barrières in Delft voor fietsers, zoals de Schie en de A13. Er moet een extra brug komen over de Schie in Delft Zuid en een extra fietstunnel onder de A13 ter hoogte van Emerald.


Auto’s
Delft moet ook bereikbaar blijven met de auto. Het Lokaal Verkeer- en Vervoerplan (LVVP) is een goed plan hiervoor dat nu uitgevoerd moet worden. Dit plan pakt ook het probleem van de luchtvervuiling aan. De kern van het plan is: een goede doorstroom realiseren waarbij er minder hard gereden wordt. Uiteindelijk zul je sneller van A naar B komen, zonder harder te hoeven rijden, volgens het zogenaamde LaRGaS principe (Langzaam Rijden Gaat Sneller).


De bouw van de parkeergarages loopt goed. Als de Koepoortgarage af is kunnen bezoekers van de stad aan alle kanten van de binnenstad (op loopafstand) de auto parkeren, behalve aan de noordzijde. Daarom komt er in de komende raadsperiode een onderzoek naar de haalbaarheid van een parkeergarage aan de noordkant van de binnenstad.
Het gereguleerd parkeren is een succes. Bewoners in en rond de binnenstad kunnen eindelijk weer hun auto in de buurt parkeren. Wel moeten we de parkeerdruk in de gaten blijven houden. Voor bewoners van de binnenstad moet het mogelijk zijn in daluren van de parkeergarages gebruik te maken.


Bij nieuwbouwprojecten moet aan de parkeernorm worden voldaan. STIP heeft hierbij de voorkeur voor het ondergronds oplossen van parkeren.


Een eenvoudige manier om de stad beter bereikbaar te maken is zorgen voor betere bewegwijzering, zowel de normale bewegwijzering, (waar bijvoorbeeld de parkeergarages mee staan aangegeven) maar vooral ook de tijdelijke bewegwijzering bij omleidingen. Deze omleidingen bij werkzaamheden moeten op een intelligente manier lopen en ook worden afgestemd met andere werkzaamheden en omleidingen in de stad.


Delft gaat de komende jaren op de schop met de nieuwe spoorzone en enkele andere grote en kleine bouwplannen. Deze projecten moeten goed op elkaar afgestemd worden zodat de overlast minimaal is.


Openbaar vervoer
Tramlijn 19 komt er eindelijk, en over de Mekelweg! Dit lost een van de grootste problemen in het OV-netwerk van Delft op. De TU-wijk en het toekomstige Technopolis worden op een degelijke manier verbonden met het station.
STIP vindt dat er in de spitsuren wel extra bussen moeten blijven rijden tussen het station en de TU-wijk om de piekvraag fatsoenlijk op te kunnen vangen.


Delft ‘heeft’ een vliegveld, Rotterdam Airport. Dit ligt vlakbij, maar heeft nauwelijks verbinding met het Delftse centrum. Hier ligt een grote kans voor de stad om er ook meer een Delftse luchthaven van te maken. Met de luchthaven moeten afspraken gemaakt worden over het eventueel doortrekken van tram 19 naar ‘Delft Airport’, of over een andere oplossing om een snelle en betrouwbare verbinding te creëren van Delft met het vliegveld.
In de toekomst zal over het spoor de Stedenbaan gaan rijden. Deze lightrail zal de bereikbaarheid van Delft vergroten en biedt kansen voor de stations die ze gaat aandoen.


6.2.4 Duurzaamheid en milieu
Duurzaamheid is landelijk een belangrijk thema, maar ook in de gemeente is het een hot item. Delft is volgens de Lokale Duurzaamheidsmeter op het moment de op één na duurzaamste gemeente in Nederland!


Wij vinden dat Delft zich moet blijven inzetten voor een duurzame stad.


Delft moet zich hard inzetten om proefprojecten voor nieuwe, duurzame technologie naar de stad te trekken. Dit moet in samenwerking met technostarters en de kennispartners.


Het project Delftsblauwe daken (PV-zonnepanelen) is een goed voorbeeld van projecten in Delft om energiebesparing en het gebruik van zonne-energie te promoten. Dit project willen we uitbouwen.


STIP wil Delft aansluiten op industriële restwarmte. DSM-Gist en de afvalwaterzuiveringsinstallatie pompen veel warmte de lucht of het water in. Die warmte kan beter gebruikt worden voor verwarming van huizen. Hierbij hanteren we voor de gebruikers het ‘niet meer dan anders’ principe; het mag niet duurder zijn dan traditionele verwarming.


Delft hanteert hoge energieprestatienormen bij nieuwbouw. Wij willen vasthouden aan deze hoge eisen. Dit is een verstandige investering die zich in enkele jaren terugverdient door het lagere energieverbruik.


We denken van dit systeem gebruik te kunnen maken door een investeringsproject voor energiebezuinigende maatregelen voor woningen te starten. Geld (energie) dat door deze investeringen wordt bespaard zorgt voor het rendement van de investeerder. Ook de bewoner heeft hier baat bij door op termijn dalende energielasten. Wij willen een onderzoek naar de mogelijkheden van dit plan in Delft.


Onderdeel hiervan is dat we samen met de DuWo voor studentenhuizen een ‘Revolving Fund’ willen starten om via dit systeem studentenhuizen een betere energieprestatie te geven. Dit zou tevens een goede manier kunnen zijn om bewoners van sociale woningbouw te ondersteunen in financieel zware tijden door hun energielasten te verlagen.
Luchtvervuiling is een groot probleem in Delft. De stad ligt tussen twee snelwegen en onder de rook van Rotterdam. Lokaal moeten we er dan ook zo veel mogelijk aan doen om de luchtkwaliteit te verbeteren.


Een beter milieu begint bij jezelf. Naast alle maatregelen die de gemeente aan de stad oplegt, moet ook goed gekeken worden naar de gemeentelijke organisatie zelf. Hier kan nog veel verbeterd worden. Op de lange termijn kan ook dit geld besparen.


Water
Delft ligt voor een groot deel onder zeeniveau. Met het dalende land, de stijgende zee en meer extreme regenval is het van groot belang om de waterhuishouding in Delft op orde te hebben. Bij nieuwbouwplannen moet er dus ook voldoende ruimte voor waterberging komen om wateroverlast in de stad te voorkomen.


DSM wil stoppen met het onttrekken van grondwater uit Delft. Dit is een enorm probleem want de grondwaterstand zal hiermee stijgen en bedreigt daarmee de bebouwde omgeving. Hier moet een goede en niet te dure oplossing voor komen.


Delft moet landelijk het voortouw nemen met het toepassen van innovatieve technieken om de waterproblematiek het hoofd te bieden. Te denken valt aan drijvende woningen en kassen.


Wegens de positieve effecten op de waterkwaliteit passen we in Delft natuurvriendelijke oevers toe. Die hebben echter één groot nadeel. Ze zijn ideaal voor muskusratten. De gemeente moet daarom samen met de provincie de bestrijding van deze muskusratten verbeteren voordat ze onze dijken doorgraven.


Groen
Groen in de stad is belangrijk maar schaars. Daar moeten we bewust mee omgaan. Een boom doet er lang over om tot wasdom te komen. We moeten dan ook zorgen dat de juiste boom op de juiste plek komt te staan en alleen kappen als het hoogst noodzakelijk is.


Als er dan toch gekapt moet worden, dan moet er ook een nieuwe boom worden teruggeplant, het zogenoemde nieuw-voor-oud-principe. Om ervoor te zorgen dat dit niet al te kleine bomen zijn moet de gemeente meedoen aan een bomenbank. Zo kun je bomen kweken in groengebieden en naderhand plaatsen in de stad als ze al wat groter zijn.
Een nieuw project zijn de Groene Daken. Er komt een gemeentelijke subsidie voor daktuinen en groenbedekking in Delft. Hiermee kan er meer groen in de stad komen, wordt ruimte beter gebruikt en worden gebouwen beter geïsoleerd.


STIP wil ‘Fleur op’ acties stimuleren. De grootste belanghebbende voor groen zijn de mensen die bij dat groen wonen. Met ‘Fleur op’ acties maak je het gemakkelijk om je eigen omgeving aan te pakken.


Er komt een stadspark in de nieuwe spoorzone. Dit moet een hoogwaardig stedelijk park worden, waar groen, recreatie en kunst elkaar ontmoeten. Niet een flauw stadsparkje maar echt iets chiques en moderns dat goed bij Delft past.


6.3 Politiek, bestuur en dienstverlening
Het Delftse bestuur dient effectief en doelmatig te werken. Daarbij is klantgerichtheid het kernwoord voor de komende vier jaar. De gemeente is er ten slotte voor de burger.


STIP gaat zorgen voor betere communicatie naar de Delftenaar, eenvoudigere procedures, het uitbreiden van gemeentelijke diensten via het internet en het zo veel mogelijk werken met één loket.


Hierbij zullen we ons inzetten voor een (nog) betere gemeentelijke organisatie en zullen we gebruik maken van innovatie in met name de ICT.


Interne gemeentelijke processen moeten worden gestroomlijnd, de frontoffice moet verder worden verbeterd.


6.3.1 Gemeentelijke dienstverlening
Communicatie
De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat mensen te vaak niet tijdig de gewenste en noodzakelijke informatie hebben, ondanks de aandacht die de gemeente heeft voor communicatie. Dit kan tot irritatie, weerstand en onbegrip leiden, terwijl omgekeerd, bij goede informatie, de burger een belangrijke rol kan spelen in het proces om tot verbeterd beleid te komen.


Om hiervoor te zorgen moet meer informatie makkelijker beschikbaar zijn. Een grote rol hierin is weggelegd voor het internet. Het grootste deel van de Delftenaren is aangesloten op internet en daarom is dit het ideale medium om informatie mee te verschaffen.


Daarom zullen we de gemeentelijke website blijven verbeteren. Informatie moet actueel en makkelijk te vinden zijn.
STIP wil dat zoveel mogelijk informatie verstrekt wordt op het moment dat mensen er op zitten te wachten. Daarom willen we dat de gemeente een zogenaamde ‘e-nieuwsbrief op maat’ begint, een nieuwsbrief die je op maat bedient van informatie. Nadat aangegeven is aan welk soort informatie je behoefte hebt, krijg je een melding als er relevante informatie beschikbaar is. Voorbeelden zijn: een aanvraag voor een kapvergunning in je straat, of de bespreking in de gemeenteraad van een onderwerp waarin je geïnteresseerd bent.


Ook de communicatie over bouwprojecten in de stad kan veel beter. Alle informatie moet actueel op de website staan. Hierbij moet speciaal aandacht komen voor de ingewikkelde procedures bij plannen. Deze moeten voor de betrokkenen duidelijk zijn. Alle momenten van inspraak en bezwaar en de status daarvan moeten goed herkenbaar zijn.
Alle omwonenden moeten tijdig worden geïnformeerd over de plannen en procedures.


De schriftelijke informatie van de gemeente aan haar inwoners is vaak nog veel ingewikkelder opgeschreven dan dit verkiezingsprogramma. Dat moet beter! De informatie moet goed leesbaar zijn, op elk niveau.


STIP wil dan ook dat uitgaande stukken worden gecontroleerd op leesbaarheid en duidelijkheid. Zo nodig worden er cursussen georganiseerd voor ambtenaren om dit te verbeteren. Dit vergroot het bewustzijn over deze problematiek bij de gemeentelijke organisatie en verbetert dus uiteindelijk ook de communicatie.


Momenteel heeft de gemeente nog te veel verschillende telefoonnummers. Wij willen één centraal telefoonnummer en e-mailadres dat je kunt gebruiken als je iets wil weten of iets wil melden bij de gemeente. Het is dan wel zaak dat telefonisten goed geïnformeerd zijn en veel vragen kunnen beantwoorden en goed doorverwijzen.


Diensten
De gemeentelijke dienstverlening moet toegespitst zijn op de wensen en behoeftes van de Delftenaar. Dus minder administratieve lasten en rompslomp. We doen het ten slotte voor de Delftenaar.


Het aantal diensten dat via internet wordt aangeboden neemt steeds verder toe. Dit is een goede ontwikkeling. STIP zal dit de komende jaren verder blijven stimuleren. Het nieuwe ‘DigiD’ kan hier een belangrijke rol in vervullen. De service die via dit digitale ID kan worden geleverd moet ten volle worden benut. Ook moet de gemeentelijke website verder worden uitgebreid en verbeterd. Dit is het digitale visitekaartje van Delft. Informatie moet dus makkelijk en duidelijk beschikbaar zijn.


Wij willen voor alle zaken bij de gemeente zo veel mogelijk een centrale inkomenstoets gebruiken. Zo hoeven mensen die verschillende aanvragen bij de gemeente indienen niet iedere keer opnieuw al hun financiële gegevens aan te leveren. Dit bezorgt de burger én de gemeente gemak.


6.3.2 Bestuur en organisatie
Delft is geen eiland. We moeten over de grenzen van de stad kijken. Daar liggen de kansen, daar liggen de mogelijkheden, in Haaglanden én in de Zuidvleugel. Delft kan hier een centrumrol spelen wanneer het om de kenniseconomie gaat. Met de Kennisboulevard A13 liggen er grote kansen die we zullen gaan benutten.
De gemeente moet ook over haar grenzen heen kijken om te zien hoe andere gemeentes in Nederland zaken aanpakken. Gemeentes in Nederland vinden nog te vaak het wiel opnieuw uit. Beter goed afgekeken dan slecht bedacht!


De gemeente moet effectief werken. Effectiviteit is nog belangrijker dan efficiency. Het is namelijk heel gemakkelijk iets overbodigs heel efficiënt doen, maar daar heeft niemand iets aan.


Wat STIP betreft worden jaarlijks bezuinigingsdebatten gevoerd, ook al hoeven we niet te bezuinigen. Dit dwingt tot nadenken welke taken de gemeente moet uitvoeren en welke taken overbodig zijn of efficiënter kunnen.


Informatie is erg belangrijk om goede besluiten te kunnen nemen. We moeten echter niet alles continu op detail willen volgen, niet alles continu rapporteren. We moeten ook vertrouwen hebben in het ambtelijk apparaat. We lopen met de huidige trend het risico dat iedere ambtenaar straks twee uur per dag bezig is de andere zes uur te verantwoorden. Dit leidt tot onnodige bureaucratie en is niet effectief. Wij gaan deze trend ombuigen.


Ook de raad moet effectief en professioneel werken. Dat betekent dat ze zich niet te veel met zichzelf of met details bezig moet houden. Raadsleden moeten zich houden aan de gedragscode. Ook moeten raadsleden zich blijven scholen, zich inhoudelijk verdiepen in vraagstukken die in de stad spelen en contact met de stad houden.


Ook moeten gemeenteraadsvergaderingen live via internet te volgen zijn.


Jongerenparticipatie
STIP wil jongerenparticipatie verbeteren. De jongerenraad moet hier actiever bij betrokken worden. Wij willen de jongerenraad beschikking geven over een eigen fonds. Hieruit kunnen zij dan zelfstandig initiatieven vanuit jongeren ondersteunen.


STIP wil ook dat er jaarlijks een ‘gemeenteraadsvergadering’ voor jongeren georganiseerd wordt. Hier kunnen jongeren discussiëren over thema’s die zij belangrijk vinden. Wij willen dat deze ‘jongerengemeenteraad’ een budget krijgt zodat zij jaarlijks een plan kunnen realiseren.


Stedenbanden
Delft onderhoudt enkele stedenbanden. De stedenbanden met Estelí (Nicaragua) en Tshwane (Zuid-Afrika) zijn sterk gericht op ontwikkelingssamenwerking. Momenteel draagt de gemeente voornamelijk bestuurlijke kennis over aan deze steden. STIP wil dat de gemeente ook de TU Delft en de andere kennispartners betrekt in deze samenwerking. Deze ontwikkeling stimuleren we door een klein fonds op te richten. Delftse studenten en scholieren die in Estelí of Tshwane een stage of afstudeerproject gaan doen kunnen hier aanspraak op maken. Delft moet haar unieke kansen als kennisstad gebruiken om deze stedenbanden duurzaam te ontwikkelen.


6.3.3 Belasting, leges en woonlasten
Delft is niet de goedkoopste stad van Nederland. Dat hoeft niet per se te veranderen. Wat STIP namelijk wil is een hoog serviceniveau, een plezierige en welvarende stad. En dat mag wat kosten.


Maar we willen ook niet de duurste stad zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat we zaken effectief kunnen aanpakken en geen geld over de balk smijten.


In principe moeten leges kostendekkend zijn, de gebruiker betaalt. Soms speelt ook het maatschappelijk draagvlak een rol en zal kostendekkendheid niet mogelijk zijn.


Uitgangspunt is om de OZB en andere belastingen met niet meer dan de inflatie te verhogen.


STIP gaat goed kijken naar de kosten en de baten van verschillende belastingen en leges. We moeten niet te veel geld kwijt zijn aan het uitkeren of innen van gelden. Dan heb je er niet veel meer aan. STIP wil op een verstandige manier naar de stad kijken en kosten en baten tegen elkaar afwegen.


Toerismebelasting is bijvoorbeeld een onderwerp dat wij ter discussie willen stellen. Deze belasting kost de gemeente veel tijd en de ondernemers nog veel meer. De opbrengsten die daar tegenover staan wegen hier niet tegen op. STIP wil de toeristenbelasting in Delft daarom afschaffen.


Wel willen we hiervoor iets terugvragen aan de toeristische sector in Delft, namelijk het bieden van werk of stageplaatsen aan mensen in de bijstand. Dat levert de gemeente namelijk weer geld op. Een win-win situatie dus. Met deze aanpak is in andere gemeentes al succes geboekt en dit kan ook Delft veel opbrengen.


De lasten moeten we in de stad eerlijk verdelen. De rechtsongelijkheid die er eerst was voor huurders van een onzelfstandige woonruimte (vooral studentenhuizen) is opgeheven met de door STIP geïntroduceerde Tegemoetkoming Woonlasten Kamerbewoners (TWK). De aanvraag voor deze regeling is nog omslachtig. Die willen we zo makkelijk mogelijk maken.


Fraude moet hard worden bestreden. Mensen die misbruik maken van gemeenschapsgeld moeten worden opgespoord. Dit bespaart de gemeenschap veel onterechte kosten.


6.4 Zorg voor mensen
Mensen maken de stad tot wat zij is. In Delft zijn deze mensen stuk voor stuk bijzonder. Voor STIP staat dan ook voorop dat iedereen zijn talenten moet kunnen ontwikkelen. Alleen dan halen we er met z’n allen het maximale uit. Dit betekent: goede scholing voor jong en oud, zorg voor zorgbehoevenden en degelijke vangnetten voor hen die het (tijdelijk) tegen zit.


We willen het geluksniveau van Delftenaren verhogen. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Eerste stap daarin is een sociaal netwerk en waardering voor wat je met je leven doet. Daarbij is het volgen van een opleiding of het hebben van een baan voor velen van groot belang. We willen dat iedereen mee doet!


6.4.1 Onderwijs
Delftenaren moeten zich kunnen ontplooien. Talenten moeten de ruimte krijgen. Hiervoor is het van belang maatwerk te kunnen leveren. Dus een goede, passende opleiding voor iedereen. Of je nu slim bent of juist handig, geboren Nederlander of nieuw in Nederland, je hebt talenten en die moet je kunnen ontwikkelen.


Als overheid moeten we de voorzieningen op orde hebben zodat de leraren hun taak goed kunnen uitvoeren. Dus investeren in huisvesting, faciliteiten en ICT. Docenten bepalen uiteindelijk de kwaliteit van de opleidingen en verdienen daar meer maatschappelijke erkenning en waardering voor. De overheid moet zich niet te veel bemoeien met de inhoud van de lespakketten. Die zijn vaak al vol genoeg.

STIP verwacht dat scholen in Delft meegaan met hun tijd. Tegenwoordig is het essentieel dat leerlingen goed met computers overweg leren gaan. Dus gebruik maken van nieuwe ICT toepassingen en van innovatieve leermethodes. Hierdoor leren kinderen beter hoe zij kunnen omgaan met de enorme hoeveelheid informatie die tegenwoordig op de mensen afkomt.


STIP wil de Brede School verder uitbouwen. Leerlingen doen hier rijke ervaringen op. Dit aanbod hoeft echter niet helemaal gratis te zijn. Soms kan een klein bedrag mensen aanmoedigen. Wat gratis is wordt vaak ook minder gewaardeerd. Het moet echter wel betaalbaar blijven.


Volwasseneneducatie moet mogelijk blijven met behoud van verschillende niveaus voor immigranten met verschillende vooropleidingen. Immigranten met een hoge opleiding moeten op eigen niveau Nederlands kunnen leren. De beheersing van de Nederlandse taal is essentieel om mee te kunnen draaien in onze samenleving en succesvol te integreren. Ook onder Nederlanders is nog steeds sprake van analfabetisme. Ook voor hen is aandacht en scholing essentieel.


Leerlingen met een functiebeperking moeten zoveel mogelijk naar reguliere scholen kunnen gaan. Er moet op toegezien worden dat Delftse scholen zich aan de afspraken houden. Leerlingen mogen niet vanwege hun fysieke handicap op alle Delftse scholen worden geweigerd. De scholen moeten samenwerken om een passende oplossing te vinden.


Schoolgebouwen moeten multifunctioneel worden gebruikt. ‘s Avonds computercursussen in het computerlokaal of dansles in de gymzaal kan best. Het doelmatig inzetten van schoolgebouwen levert efficiencyvoordelen op die geïnvesteerd kunnen worden in de kwaliteit van het onderwijs en de faciliteiten.


Kinderen moeten veilig naar school kunnen, dus we gaan door met het investeren in kindvriendelijke schoolroutes. Bijvoorbeeld door onveilige verkeerskruisingen aan te pakken. Wij kunnen ons met kinderen geen verkeersongevallen veroorloven!


6.4.2 Zorg
Een gezonde geest in een gezond lichaam. Dat is essentieel voor het welvaren van onze stad. Hier moeten we dus ook in investeren.


Steeds meer verantwoordelijkheden in de zorg die eerst bij de landelijke overheid lagen komen nu bij de gemeentes te liggen. Er gaat de komende jaren veel veranderen. Het is dan ook begrijpelijk dat hier veel onrust over is. Dit alles is te overwinnen als we ons geld slim gaan gebruiken.


STIP denkt dat wij dit in Delft goed kunnen. Wij staan als gemeente dichter bij de mensen die de zorg nodig hebben dan het Rijk of een verzekeraar. Zo zijn we in staat beter en effectiever in te spelen op alle wensen en klachten.
Jeugdzorg is erg belangrijk. Problemen vroeg opvangen en proberen op te lossen is een investering in de toekomst die zich terugverdient. Jongeren dienen goed geïnformeerd te worden over schuldenproblematiek, alcohol, drugs en SOA’s. Jongeren die tijdelijk dakloos zijn en tienermoeders genieten speciale aandacht.


Wat STIP betreft komen er condoomautomaten op alle middelbare scholen in Delft.


Voor studenten is het vaak lastig om in Delft een huisarts of tandarts te vinden. In eerste instantie moeten de landelijke overheid en de beroepsverenigingen iets aan het algemene tekort aan huisartsen en tandartsen doen. Verder willen wij samen met de TU werken aan het studentengezondheidscentrum met een garantie op een huisarts en tandarts voor alle nieuwe studenten.


Nederlanders worden steeds ouder en ook Delft krijgt er in de komende jaren veel inwoners op leeftijd bij. Deze groep ouderen voldoet lang niet altijd meer aan het stereotype beeld van ‘oudere’. Vaak zijn deze ouderen actief en koopkrachtig. Daar moeten we op anticiperen. Voor STIP betekent dit: Woon-Zorg concepten uitbouwen, levensloopbestendige woningen bouwen en slim omgaan met ons huidige, voor ouderen aangepaste, woningaanbod.
Zolang als het kan moeten ouderen zelfstandig kunnen blijven wonen. Zelfstandigheid moet echter geen vereenzaming betekenen. Dus ook voor deze groep moet er voldoende aanbod van activiteiten en begeleiding zijn. We moeten ouderen de ruimte geven om te blijven werken of zich maatschappelijk in te zetten als vrijwilliger wanneer ze dit willen.
Een baantje als stadsgids bijvoorbeeld is gezond en leuk; dit soort baantjes moet voor ouderen dan ook wel financieel aantrekkelijk blijven. Naarmate mensen gemiddeld steeds ouder worden, wordt het ook steeds lastiger om bij een bepaalde leeftijd de grens te leggen tussen wel en niet meer werken. Deze grens moeten mensen zelf, afhankelijk van hun situatie, kunnen leggen. Maatwerk dus.


De samenwerking tussen verschillende organisaties in de zorg kan in Delft nog beter. Een probleemgezin heeft zo te maken met vijf tot tien hulporganisaties en instanties die vaak allemaal langs elkaar heen werken. Nieuwe methodes kunnen hierbij uitkomst bieden, zoals het aanwijzen van duidelijke probleemeigenaren, in combinatie met betere informatie uitwisseling en vaker gezamenlijk rond de tafel zitten.


De dagopvang moet in de Surinamestraat komen. Deze voorziening is belangrijk voor veel mensen die in een moeilijke periode verkeren. Veel daklozen zijn tijdelijk dakloos. Zeker niet alle daklozen zijn verslaafd. Jongeren die tijdelijk dakloos zijn, zijn extra kwetsbaar. Ze komen makkelijker op het verkeerde pad. Aan hen moet in Delft bijzondere aandacht besteed worden. Momenteel is dit nog niet goed genoeg geregeld.


De openingstijden van de dagopvang en de nachtopvang moeten op elkaar worden afgestemd. In overleg met de buurt moet het beheerplan voor de dagopvang worden opgesteld.


6.4.3 WMO
Koffie als sturingsmiddel
Op 1 juli 2006 zal de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) worden ingevoerd. Deze nieuwe wet draagt een aantal zorgtaken, die voorheen bij de landelijke overheid lagen, over aan de gemeentes. Deze worden gebundeld met de huidige zorg en welzijnstaken van de gemeentes tot één stelsel.


De Wmo vraagt een andere rol van de gemeente dan we tot nu toe gewend waren. STIP ziet een actievere rol voor de gemeente als spin in het web tussen alle partijen. Hiermee bedoelen we dat de gemeente Delft de regisseur moet zijn die partijen met elkaar in contact brengt, overleg coördineert en vernieuwingen duft te initiëren. Ook vanuit de gemeenteraad betekent dit nieuwe eisen aan de bestuurder. De wethouder moet netwerker zijn, in staat zijn mensen te motiveren en met vernieuwende dingen te komen.


Uiteindelijk zullen we de nieuwe Wmo alleen tot een succes kunnen maken als we met alle betrokken partijen er gezamenlijk de schouders onder zetten. STIP wil hier voor gaan en gaat de dialoog met alle betrokkenen dan ook graag aan.


Innovatie
Kostenbesparing zonder verlies van kwaliteit betekent dat we creatief moeten nadenken hoe we alles in de zorg net een beetje logischer en simpeler kunnen maken. Gelukkig staan we hier niet alleen in. Veel Delftse instellingen beproeven al nieuwe methodes, zoals bijvoorbeeld zorg op afstand via ‘zorg TV’. STIP denkt dat via de toepassing van nieuwe technieken nog veel voordeel is te behalen, via de insteek ‘Sense and Simplicity’.


Dus geen onnodige of ingewikkelde formulieren. De centrale inkomenstoets en DigiD bespaart veel werk.
Het persoonsgebonden budget is volgens STIP een goede methode om vrijheid te verschaffen en zorg op maat te kunnen leveren.


Mantelzorgers
Mantelzorgers en vrijwilligers zijn de pijlers onder deze nieuwe wet. Om de Wmo een succes te maken moet deze groep dan ook bijzondere aandacht krijgen. Nu al geeft deze groep aan behoefte te hebben aan ondersteuning door middel van informatie en scholing. Met de verdere invoering van de Wmo zullen meer elementen naar boven komen die bijzondere aandacht vragen. STIP ziet dan ook graag dat deze groep zich verenigt in netwerken waar mensen elkaar kunnen treffen en contacten kunnen opdoen. Ook klachten en gesignaleerde problemen kunnen via deze netwerken snel bij de Delftse politiek terecht komen, mocht daar aanleiding toe zijn.


Meer dan zorg
De nieuwe Wmo is meer dan zorg alleen. Ook het welzijnswerk en het jongerenwerk vormen een belangrijk onderdeel van de Wmo. Door alle commotie rond de invoering van deze nieuwe wet, met name op het zorg onderdeel, lijkt dit onderbelicht te gaan raken. STIP zal zich inzetten om ook voldoende aandacht te richten op deze belangrijke onderdelen.


6.4.4 Werk en inkomen
Sommige mensen kiezen er voor om niet te werken, maar niemand kiest er voor om werkloos te zijn. Een baan is zeer belangrijk, niet alleen financieel maar ook maatschappelijk. Een baan geeft mensen zelfvertrouwen en draagt bij aan geluk. STIP wil talenten ontwikkelen en mensen laten meedoen. In een stad met een rijke kenniseconomie is voor iedereen een baan. Behalve banen voor hoog opgeleiden komen er in de Delftse kenniseconomie ook banen bij voor lager opgeleiden.


Met onze economische Kennisstad strategie, toerisme en het MKB voeren we in Delft een solide economische beleid. Met gezonde daadkracht, een vleugje creativiteit en bovenal solidariteit moet iedereen mee kunnen doen.


Goede kinderopvang is een voorwaarde voor ouders met jonge kinderen om een keuze te kunnen maken tussen zorg voor kinderen en werk. STIP blijft daarom inzetten op goede en toegankelijke kinderopvang in Delft.


We willen doorgaan met investeren in reïntegratietrajecten. We moeten ons hierbij richten op het hoogste maatschappelijke rendement, dus voornamelijk kijken naar de fase 1 en 2 cliënten. Deze cliënten staan het dichtst bij de arbeidsmarkt en hebben de grootste op doorstroom naar regulier werk.


We moeten creatief naar oplossingen zoeken voor langdurige werkloosheid. Een aantal suggesties hoe Delft dit creatief aan kan pakken:
Ten eerste onze complimenten voor restaurant ‘de Wereldzaak’ dat leerwerkplekken aanbiedt aan mensen met een verstandelijke beperking en werklozen. Hiermee worden ze opgeleid voor de horeca. Dergelijke initiatieven juichen wij toe.
Ten tweede stelt STIP vanuit de kant van de gemeente het volgende initiatief voor: We schaffen de toeristenbelasting af, op voorwaarde dat de Delftse toeristische sector enkele langdurig werklozen een baan verschaft. Zo profiteert deze sector, de langdurig werkloze én de gemeente.
Ten derde dagen wij de organisatoren van de Creatieve Debatten uit om dit thema op te pakken.
Zo willen wij er in Delft aan gaan werken.


Voor mensen die niet zelfstandig op de arbeidsmarkt kunnen functioneren biedt een sociale werkvoorziening een uitkomst. In Delft levert Combiwerk (de Delftse sociale werkplaats) goed werk. Dit kost inderdaad geld, maar we krijgen er ook veel voor terug. Ten eerste scheelt het uitkeringen. Maar nog belangrijker: het is een baan die deze arbeidskrachten een vooruitzicht geeft en gelukkig maakt. Dit scheelt de maatschappij kosten in onder andere de zorg. STIP wil graag sociale werkvoorzieningen in Delft houden. Wij verwachten van Combiwerk een slimme koers, gericht op groeiende sectoren en met een bedrijfsmatige aanpak. Dus detacheren en zorgen dat diegenen voor wie het mogelijk is, een gewone baan krijgen. Combiwerk moet wel altijd zijn kerntaak behouden: een veilige en beschutte werkomgeving voor mensen die dat echt nodig hebben.


In Nederland en ook in Delft neemt de jeugdwerkloosheid toe. Dit baart ons grote zorgen en de aanpak hiervan zal een speerpunt voor ons zijn in de komende raadsperiode. Jongeren moeten of aan een opleiding of aan een baan, maar werkloos thuis zitten is gewoon geen optie. Wanneer mensen al jong werkloos raken kan dit de rest van hun leven vergallen. De landelijke taskforce Jeugdwerkloosheid concludeerde dat elke geïnvesteerde euro in de bestrijding van jeugdwerkloosheid zich drie keer terugverdient op de lange termijn. Die kennis moeten we gebruiken. We willen daarom de sluitende aanpak die nu gevoerd wordt krachtig doorzetten.


Armoede is helaas een toenemend fenomeen. Echter wat is armoede? Laten we daar niet te filosofisch over praten maar kijken wat er in Delft echt gebeurt. Het feit dat steeds meer mensen zich naar de voedselbank begeven is een duidelijk signaal dat we niet mogen negeren.


De zwakkeren in de samenleving kunnen we niet aan hun lot over laten. Een solide sociaal beleid blijft dan ook nodig. Dat kost geld, maar dat hebben we er voor over. Wederom gaat het hier niet alleen om geld. Vaak is ook sociale armoede een probleem. Een baan, opleiding of vrijwilligerswerk kan hier een structurele oplossing voor bieden. Het geeft mensen eigenwaarde en zelfvertrouwen terug. Een stad met een solide armoedebeleid geeft elke Delftenaar, ook de betalende, de trots en het vertrouwen dat we elkaar in Delft een handje helpen. En daar wordt iedereen in Delft weer een stukje gelukkiger van.


6.4.5 Sport
Delft kent veel sportclubs. Delftenaren sporten graag en veel. Subsidie voor sport is dan ook legitiem en noodzakelijk.
Er is net dat beetje extra aandacht voor sporten door de jeugd. Het mag niet zo zijn dat kinderen niet kunnen sporten omdat hun ouders het niet kunnen betalen. Sport moet dus voor iedereen toegankelijk zijn.


Het dalurentarief bij de verhuur van zalen moet blijven bestaan. Het is niet meer dan logisch om voor minder aantrekkelijke tijden ook een lagere prijs te vragen.


Roeien
Het bleek de afgelopen raadsperiode niet mogelijk om tussen Delft en Rotterdam een roeibaan aan te leggen. Mochten er echter nieuwe ontwikkelingen in de Nederlandse roeiwereld zijn, dan is dit nog steeds een diepgewortelde wens.
Roeien op de Schie moet mogelijk en veilig blijven. Op de Schie willen we dan ook de snelheidsbeperking van 6 km/u voor binnenvaartschippers gaan handhaven. Met de toenemende druk op het vaarwater zijn afspraken hierover noodzakelijk om ongelukken te voorkomen.


6.4.6 Veiligheid
Veiligheid is een groot goed. Delft is veilig en dat moeten we zo houden. Wat STIP echter zorgen baart is de lichte toename van het aantal geweldsmisdrijven. De slogan van de overheid, “we hebben soms net een te kort lontje in dit landje”, blijkt helaas te vaak waar te zijn. Voorbeelden zijn te vinden in de horeca. STIP blijft dit in de komende periode volgen en zet in op een gezamenlijke aanpak met jongeren, horeca, gemeente en politie om de Delftse weekenden leuk te houden.


Een onderzoek naar de haalbaarheid van een nachtbus moet uitwijzen of deze vorm van vervoer naar het centrum haalbaar is op uitgaansavonden en hoe we dat zouden moeten vormgeven. Dit onderzoek laten wij uitvoeren.
Jaarlijks pakt de gemeente een aantal ‘enge plekken’ in de openbare ruimte aan die mensen zelf kunnen aanmelden. Een goede methode. Hetzelfde geldt voor het volgen van veelplegers. Door deze kleine groep intensief aan te pakken kunnen veel misdrijven voorkomen worden. De aanpak van veelplegers is ook belangrijk in het voorkomen van overlast. Vaak is het een kleine groep die voor veel overlast en schade zorgt. Bij jongeren is het zaak snel te signaleren wanneer het fout dreigt te gaan. Preventie is beter dan repressie.


Veelplegers moeten in intensieve trajecten de kans krijgen zich te beteren. Nazorg is van belang om deze groep niet terug te laten terug vallen in oude criminele patronen.


De overheid gebruikt allerlei methodes om Delft veiliger te maken. Eén daarvan is een keurmerk: voor veilig wonen of ondernemen. Dit zijn goede methodes, die we moeten blijven inzetten.


Techniek kent echter ook risico’s. Cameratoezicht is zo’n techniek. Daarmee is niet gezegd dat cameratoezicht onmiddellijk moet worden afgeschreven. In tegendeel. Het zegt wel dat we altijd moeten blijven nadenken en praten over hoe en wanneer we deze technieken inzetten en wat daar de gevolgen van zijn. Wanneer ruilen we privacy in voor (een gevoel van) veiligheid?

Uiteindelijk blijft een agent op straat de meest directe manier om een misdaad te voorkomen. Wijkagenten zijn zeer waardevol, gezien hun contacten en mogelijkheden om aan te voelen wat er in een wijk leeft. Ze kennen mensen persoonlijk en hebben een groot netwerk in de wijk. Ook studentenverenigingen zijn in staat goede afspraken te maken samen met buurtagenten. Ook al leveren studenten soms overlast in de binnenstad, ze dragen tegelijkertijd ook bij aan de sociale veiligheid in Delft. Zij zorgen ’s avonds voor wat levendigheid en daarmee een zekere sociale controle op straat.


7 Wat te doen met 20 miljoen?
Waarom zou je altijd alleen maar plannen opschrijven die realistisch zijn? Soms blijken plannen die eerst onrealistisch lijken toch realistisch te worden als je ze even laat rijpen. STIP wil een open blik houden en creatief naar de stad kijken. Daar horen dus ook een paar megalomane, heel gekke, grootse en semi-realistische plannen bij. Hoe deze ideeën uitpakken? Wij weten het nog niet…

  • In Delft bouwen we een kunstcentrum of ‘science centre’ dat de Guggenheim-musea in New York en Bilbao qua architectuur overtreft
  • We creëren financiële ruimte voor culturele instellingen in Delft door het afboeken van de boekwaarde van culturele panden
  • De Dag van de Onuitvoerbaarheid: een discussieforum vol plannen waarbij het meest onuitvoerbare plan wint.
  • Christo komt het stadhuis en de Nieuwe Kerk inpakken
  • We kopen een paar echte Delftse Meesters van bijvoorbeeld Vermeer of Fabritius
  • We ondertunnelen de provinciale weg en de A13
  • We herbouwen het ‘Zicht op Delft’ van Vermeer
  • De Delftse Hout krijgt een grondige restyling met beeldentuin en sprookjesbos.
  • De TU Eindhoven verhuist naar Delft
  • Het Reinier de Graaf gasthuis wordt een academisch ziekenhuis met een Delftse medische faculteit
  • Het gebied Sion ’t Haantje wordt ingelijfd bij Delft en wordt de nieuwe techno woonwijk van de toekomst
  • We starten de Delftse Nobelprijs voor de techniek
  • Delft wordt de eerste stad ter wereld die haar volledige energiebehoefte met duurzame energiebronnen dekt
  • We halen de World Expo naar Delft